Zingevende ontmoetingen

Zingevende ontmoetingen

Op 17 mei heeft de Universiteit van Humanistiek een conferentie georganiseerd over de toepassing van het VN verdrag voor mensen met een beperking. De conferentie is georganiseerd in het kader van een onderzoek dat de universiteit doet  – op initiatief van KansPlus – naar de mogelijkheden om het verdrag toe te passen voor mensen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking die wonen of dagbesteding hebben in een beschutte omgeving waar ze samen zijn met andere mensen met een beperking.

Er waren twee buitenlandse spreeksters: Christine Bigby uit Australië en Stacy Clifford uit de VS.

Bigby vertelde hoe ze in Australië bezig zijn met inclusie en wat de belangrijkste lessen zijn. Een belangrijke les is dat je als professionele begeleider ruimte moet geven aan de ontmoeting van mensen met een beperking en anderen, en dat je niet te snel vanuit angst dat het niet goed gaat de ontmoeting moet gaan sturen of inperken. Laat het gebeuren en bied hooguit wat ondersteuning als je ziet de mensen elkaar in de ontmoeting niet goed begrijpen.  Bigby noemde in haar betoog geen enkele maal de rol van naasten, wat mij als vader natuurlijk direct opvalt. Ik heb daar dus maar om gevraagd en de reactie was dat er in Australië helaas vaak geen naasten meer in beeld zijn.

Clifford komt niet uit de zorg, maar is politicologe. Wel heeft ze een broer met autisme en verstandelijke beperking waardoor ze betrokken is bij het onderwerp. In haar betoog gaf ze aan dat ze het begrip ‘vrijheid’ belangrijker vindt dat ‘inclusie’. Wat heb je aan inclusie als je je niet vrij voelt jezelf te zijn of te doen wat je zou willen doen?

Niet alleen twee verschillende invalshoeken, maar ook twee verschillende presentaties. Bigby vertelde min of meer als wetenschapper wat ze in onderzoek had gezien; een verhaal dat me aan het denken zet. Clifford vertelde niet alleen hoe ze als wetenschapper aankijkt tegen begrippen als vrijheid en inclusie, maar ze vertelde het vanuit haar hart door de verbinding die ze in haar verhaal legde met haar broer. En dat raakte mij in het hart.

Beide spreeksters hadden het over inclusie als een ontmoeting tussen mensen met een beperking en mensen zonder beperking.  Zou een ontmoeting is tussen mensen met een beperking onderling dan geen vorm van inclusie kunnen zijn? Zou inclusie niet kleiner kunnen beginnen? Ik heb daar naar gevraagd, en het werd door beide spreekster beaamd dat er ook andere lagen / niveaus zijn waarop je vorm kunt geven aan inclusie.

Voor mij betekent inclusie dat je ontmoetingen hebt met mensen die in de ontmoeting zin kunnen geven aan je bestaan. Dat kunnen ook mensen zijn met vergelijkbare interesse, hobby, kennisachtergrond of beperking. En daar kunnen we nog veel winst halen. Ik zie woongroepen of activiteitengroepen waar mensen wel samen zijn en elkaar tegen komen, maar waar nauwelijks echte ontmoetingen zijn. Dat geldt helaas ook nogal eens voor de contacten tussen begeleiders en de mensen met een beperking als de begeleiding vooral gericht is op zaken als zelfredzaamheid en functionele ondersteuning. Ook dan is er niet altijd sprake van en echte zingevende ontmoeting.

Hier zouden we nog veel winst kunnen halen om mensen met een verstandelijke beperking meer zingeving in hun leven te laten ervaren. Ik hoop dat het onderzoek dat de UvH doet daar goede suggesties voor gaat opleveren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *