Minister blijft vaag

Minister blijft vaag

Vanmiddag heb ik het debat gevolgd van de vaste Kamercommissie voor VWS met minister Bruins. Belangrijke onderwerpen waar mijn interesse naar uitging waren de financiering van cliëntenorganisaties en de onafhankelijke cliëntondersteuning.

Ten aanzien van de financiering van cliëntenorganisaties werd door de meeste fracties benadrukt dat er vooral goede financiering moet komen van de lokale belangenbehartiging. Door de decentralisaties wordt het belang van lokale belangenbehartiging steeds belangrijker, en niet de landelijke koepels maar de afzonderlijke cliëntenorganisaties hebben daar hun basis.
Pia Dijkstra van D66 vroeg waarom cliëntenorganisaties niet betaald kunnen worden met zorgverzekeringsgelden. Een goed idee waar we vanuit KansPlus ook al jaren op aandringen.
Met name door GroenLinks werd benadrukt dat onder ander door het VN verdrag de lokale belangenbehartiging ook verder reikt dan alleen het zorgdomein, en dat daar bij de financiering van de organisaties ook rekening mee moet worden gehouden.

Over de onafhankelijke cliëntondersteuning werden wat minder sterke vragen gesteld vond ik. Alleen Corinne Ellemeet van GroenLinks benadrukte dat de onafhankelijke cliëntondersteuning al een belangrijke positie moet hebben bij de verduidelijking van de zorgvraag, omdat deze vraagverduidelijking onafhankelijk van het zorgaanbod gedaan moet worden. Ook benadrukte Ellemeet dat mensen zelf hun onafhankelijke cliëntondersteuning moeten kunnen kiezen en daarin niet beperkt mogen worden door contractering door gemeenten en zorgkantoren. Verder wezen wel alle fracties vooral op het feit dat de onafhankelijke cliëntondersteuning nog onvoldoende wordt ingezet.

De beantwoording van de minister vond ik knap teleurstellend. Het zeilde om de belangrijkste vragen heen. Ten aanzien van de financiering van de cliëntenorganisaties beweerde hij dat het nieuwe kader bottum-up is opgebouwd en dat de organisaties daar een belangrijke stem in hadden gehad. Dat heb ik zelf niet zo ervaren, dus dat ga ik nog wel een keer navragen bij Ieder(in). Het antwoord op de vraag over financiering uit verzekeringsgelden was niet verrassend, maar wel bijzonder. Bruins is hier geen voorstander van, zorggelden zijn voor zorg en niet voor belangenbehartiging is zijn mening. Het vergeet daarbij gemakshalve dat de belangenorganisaties van de zorgaanbieders, zoals de VGN en Actis, wel uit zorggelden betaald worden.

Ten aanzien van de onafhankelijke cliëntondersteuning kwam Bruins eigenlijk niet verder dan dat hij nog eens met zorgkantoren en gemeenten zou gaan praten dat ze toch echt beter hun best moeten doen met het aanbieden van de onafhankelijke cliëntondersteuning. Voor Bruins geldt dat onafhankelijke cliëntondersteuning bekend moet zien, vindbaar moet zijn en van goede kwaliteit moet zijn. Opening voor verdieping van de onafhankelijke cliëntondersteuning bood hij niet. De vraag van GroenLinks of de onafhankelijke cliëntondersteuning niet al een rol moet hebben bij de verheldering van de zorgvraag leek hij helemaal niet begrepen of gehoord te hebben. Daar ging hij helemaal niet op in.

Kortom: deze minister heeft met veel woorden weinig nieuws gebracht vandaag. Volgende keer beter? Laten we het hopen.

 

3 gedachten over “Minister blijft vaag

  1. Mooie blog Pouwel!
    Laten we ons als Kansplus hard maken om ook onze belangenbehartiging net zoals die van de VGN en Actis gefinancierd te krijgen. ‘T wordt hoog tijd dat ze dat in Den Haag gaan begrijpen. Succes met de volgende blogs, kijk er naar uit?

  2. Vind ook dat alles begint bij de hulpvraag verduidelijking. Dan pas kijken naar de (al bestaande) invulling. De wensen voorop. Zoeken naar een goede balans tussen betaalbaarheid en kwaliteit van leven. Niet alleen zorg!

  3. Zal je blog gaan volgen. Maar of ik het volhoud weet ik niet omdat ik bijvoorbeeld lees dat het blijkbaar nog steeds niet voor iedereen duidelijk is dat goede belangenbehartiging voor zorgvragers hun zorg ten goede komt. Dat argument om het geld alleen aan zorg besteed mag worden klopt om vele redenen niet.
    En dat dat belangenbehartiging als gevolg van de decentralisaties op lokaal niveau minstens zo belangrijk is geworden als belangenbehartiging op landelijk niveau, blijkt nog steeds een strijdpunt te zijn. Belachelijk. Dat men bij Iederin dat bij de oprichting van Iederin niet direct in de eigen structuur inbouwde vind ik nig steeds treurig. Kortom op dit soort zaken is er nog niets fundamenteels veranderd.
    Tenzij dat inmiddels is gedaan, zou Iederin er goed aan doen de eigen besluitvormingsstructuur op aan te passen. Dat werkt misschien overtuigender in het Haagse.
    De verwijzing naar iets dat volgens Bruins vanaf de basis is opgebouwd snap ik niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *